Posts tonen met het label ziekenhuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ziekenhuis. Alle posts tonen

woensdag 29 oktober 2014

Soms weet je gewoon niet waar je op moet letten!

"Als je in het ziekenhuis terecht komt, moet je ten allen tijden zelf opletten. Je moet er echt bij blijvenmet je hoofd!"
 Een veel gehoorde klacht van patiënten. Maar hoe doe je dat? Ik vind dat heel erg moeilijk. En met mij nog veel meer mensen.

Ik schreef er de volgende blog over voor Skipr:mevrouw-u-had-wel-dood-kunnen-zijn.

Willen jullie mij laten weten hoe jullie dat doen?

maandag 4 augustus 2014

Ik heb me dus geen zorgen gemaakt

Onderweg in de auto vertel ik mezelf nog een keer dat ik me nergens druk over maak. Ik weet zeker dat het allemaal goed komt. Sterker nog, ik ben niet eens zenuwachtig en zing overdreven hard mee met het nummer van Acda en de Munnik op de autoradio.

Eenmaal in het ziekenhuis, loop ik automatisch de goede kant op. Het ziekenhuis is mij inmiddels zo vertrouwd, dat ik niet meer hoef na te denken over routes of afdelingen. Onderweg speur ik naar bekende gezichten. Verplegers, dokters, of gewoon bekenden uit de stad die er toevallig ook moesten zijn. Ik kom vandaag niemand tegen.

Ik moet naar boven, eerste verdieping en neem de draaitrap. Het bruggetje brengt je ook naar de kinder-Intensive Care, die we zo goed hebben leren kennen toen Matheo werd geboren. Iedere keer als ik daar loop, moet ik weer aan die bijzondere periode denken. Fijn, omdat onze zoon geboren was, niet zo fijn omdat het allemaal zo spannend was. Matheo woog maar anderhalve kilo bij zijn geboorte. Hij springt inmiddels net zo vrolijk rond als andere vijfjarigen en lijkt er dus niets aan over gehouden te hebben. Maar daar, op het bruggetje van Rijnstate, komt toch weer even dat gevoel van hoop en angst terug.

Vandaag moet ik de andere kant op. Ik leg mijn ponsplaatje op de balie en vertel de mevrouw tegenover mij dat ik voor een mammogram kom. "Mijn jaarlijkse APK" grap ik er nog achteraan. De mevrouw is echter te druk om te horen wat ik zeg en pakt mijn ponsplaatje van de balie, zonder me aan te kijken. Ze kijkt geirriteerd en ik begrijp door het gedoe achter de desk dat er computerproblemen zijn. Mevrouw typt wat in, schudt eens haar hoofd en fronst haar wenkbrauwen. Even denk ik dat ik toch de verkeerde dag ben gekomen, maar ze legt alweer mijn plaatje op de balie. "Wachtkamer 2", weet ze me nog te melden, opnieuw zonder me aan te kijken. Ik wens haar vrolijk een prettige dag nog, maar ik geloof dat ze niet hoorde wat ik zei.

In de wachtkamer is het niet druk. Het is er wel drukkend stil. Links van mij zit een jonge vrouw een appel te eten. Iedere hap klinkt als brekend ijs. Twee kinderen rennen door de gang. Zij zijn de enigen die zich normaal gedragen. Een oudere man kijkt geërgerd naar de jongens.

Iedere paar minuten wordt er iemand naar een radioloog geroepen en verdwijnt er een mens in een klein hokje. In de tien minuten die ik moet wachten, gaan er zeker vijf mensen naar binnen, maar er komt maar één iemand naar buiten. Een bebaarde en bejaarde man stapt een van de hokjes uit en het getik van zijn wandelstok onderbreekt het ritme van het scheurende ijs.

Als mijn naam geroepen wordt loop ik ook richting een hokje. Breed glimlachend geef ik de verpleegster een hand, zodat ook zij vooral niet denkt dat ik me zorgen maak. Want dat doe ik natuurlijk niet. "U mag u even van boven ontkleden en dan kom ik u zo aan de andere kant halen." Heel even bedenk ik me geïrriteerd dat ik dat heus wel weet, maar ik blijf glimlachen. Omdat ik me dus geen zorgen maak.

In de behandelkamer onderwerp ik mij gewillig aan de instructies van de verpleegster en stort ik mij op het medische martelapparaat. Ik denk dat ze in de Middeleeuwen jaloers waren geweest. De tietenpletter had niet misstaan tussen de duimschroeven en de schandpaal. Inmiddels moet ik er belachelijk uitzien in die rare positie voor dat apparaat met een idiote glimlach op mijn gezicht geplakt. Ik ben nog altijd de rust zelve en maak me nérgens zorgen over.

In het kleine hokje mag ik mij weer aankleden en wachten op de uitslag. Ik kijk nonchalant op mijn telefoon, terwijl een zweetdruppel mijn glimlach weerspreekt. De glimlach wijkt niet. Ook niet, als ik na één minuut wachten, het gevoel heb dat ik er al een half uur zit. Maar goed dat ik me geen zorgen maak, want dan was het best spannend geweest Gevoelsmatig uren later, maar in werkelijkheid na vijf minuten komt de verpleegster terug. De dokter had mijn foto bekeken en goedgekeurd. Ik mag mezelf weer een jaar 'schoon' noemen. Ik zet mijn beste Dat-wist-ik-wel-blik op en loop het hokje uit.

Bij het trapje moet ik mij bedwingen om niet via de leuning naar beneden te glijden en voel ik de neiging om iemand te omhelzen. Mijn glimlach heeft plaats gemaakt voor een brede smile en mijn voeten gaan als vanzelf naar de uitgang. Gelukkig heb ik me helemaal geen zorgen gemaakt, dat was zonde geweest van de energie.

dinsdag 17 juni 2014

Aanstellerij en gepiep

De bloeddonorbank meldt dat er steeds minder Nederlanders bloeddonor zijn.

Vroeger was ik bloeddonor. Ongeveer vier jaar geleden nog.

Vier jaar geleden had ik er dan ook geen enkel probleem mee, als er bij mij geprikt moest worden. Zo'n klein naaldje, voordat je voelde dat hij er in zat, was het alweer klaar.

Empathisch vermogen ontbrak mij destijds ook, want ik kon me met geen mogelijkheid voorstellen dat íemand bang kon zijn voor zo'n naald. Aanstellerij! Gepiep! Ga je over echte dingen druk maken!

Gisteren moest er bij mij bloed geprikt worden. Maar de afgelopen jaren zijn mijn aderen compleet kapot gechemoot. Dat betekent dat er in mijn armen bijna geen geschikte ader meer te vinden is. En dat betekent dan weer, dat er meestal drie, vier, vijf keer geprikt moet worden, voordat er een beetje een ader te vinden is. Omdat alle beschikbare aderen vol littekens zitten van alle infusen en alle keren bloed prikken, is dat ook nog eens bijzonder pijnlijk.

Ik zat dan ook volledig bang te wezen in de wachtkamer gisteren. Bang voor een naald. Aanstellerij? Gepiep? Tja, dat moet dan maar zo zijn. Met het zweet in de handen liep ik het hokje in. Ze doet het gordijntje dicht en ik waarschuw haar vast: "Ik ben bijzonder moeilijk te prikken. Dus ik wens je heel veel succes."
"O", zegt ze. Meer niet. Ze kijkt een keer, pakt haar naaldje, maakt een stukje huid schoon met alcohol en ik zet me schrap. Mijn linkerhand gebald, omdat zij het vroeg. Mijn rechterhand gebald, omdat ik niet anders kan. Ik knijp mijn ogen dicht en wacht.
En wacht.

Als de prik niet komt, doe ik voorzichtig één oog weer open. En daarna de andere. De naald zit er al in! En ik heb niks gevoeld! Wat een aanstellerij ook van mij! Ik moet niet zo piepen.

Dan ook maar weer bloeddonor worden?

De bloeddonorbank meldt dat er steeds minder Nederlanders bloeddonor zijn. Maar ze melden er gelijk bij, dat er geen tekort aan bloed is, omdat artsen zuiniger zijn met bloed. Pffff, scheelt al weer! Kan ik me over echte dingen druk gaan maken.


dinsdag 27 mei 2014

Wat oneerlijk allemaal!

Het afgelopen jaar is de kanker heel langzaam naar de achtergrond verdwenen. Dat slechte bericht dat je hele wereld op zijn kop zet, wordt heel langzaam iets dat geweest is. Het hoort bij je leven, geeft je zelfs kracht. 

Maar op sommige dagen komt het keihard terug op de voorgrond en word je weer even van je stevige, vernieuwde fundament geblazen. Zo'n dag is het vandaag.

In de periode dat ik nog niets wist van kanker in mijn eigen lijf, kreeg ik een afzegging van een gast voor ons televisieprogramma. Ze meldde zich af, omdat ze borstkanker had en dat eigenlijk net gehoord had. Ik kende haar niet echt, had alleen voor het programma wat contact met haar gehad. Maar haar bericht kwam heel erg binnen. Ik kon haar niet uit mijn gedachten krijgen en besloot haar, na mijn eerste sterkte-bericht, nog een keer te mailen. Gewoon om te vragen hoe de vervolgonderzoeken gegaan waren. Nu voelt dat best logisch, maar toen vond ik dat wel lastig. Zat ze wel te wachten op mijn vragen? Drong ik iemands leven ongevraagd binnen? Maar ze gaf antwoord en vertelde me precies hoe het met haar ging en wat haar nog te wachten stond.

We zijn blijven mailen en een paar weken later, moest ik haar melden dat ik mezelf ook in het illustere rijtje van borstkankerpatienten moest scharen.
We doorstonden de behandelingen 'samen'. We deden alles omgedraaid, ik kreeg eerst bestraling en daarna pas chemo, zij andersom. Op die manier konden we elkaar precies vertellen hoe het voelde en dat het eigenlijk allemaal wel meeviel. Zij trok mij er doorheen met haar mails en ik hoop dat ik andersom een beetje hetzelfde heb kunnen doen.

Na die behandelperiode hebben we elkaar twee keer ontmoet. Een derde ontmoeting stond gepland voor twee weken geleden. Die heeft ze afgezegd. De kanker is terug. En vandaag mailt ze mij, dat ze ook niet meer zal genezen. Shit! En dat is heel, heel erg zacht uitgedrukt.

Ik huil tranen om verdriet dat niet het mijne is. Mijn vriendin in de verte worstelt met het grootste levensvraagstuk. En ik kan haar niet helpen. Wat oneerlijk allemaal!

zondag 13 april 2014

De comfortzone verlaten

Deze week is voor mij een hele bijzondere week. Ik ga uit een warm bad stappen, mijn comfortzone verlaten én een warme jas uittrekken. Ik ga voor het laatst werken bij Omroep Gelderland.

Bijna 20 jaar geleden liep ik daar voor het eerst binnen en ik ben er opgegroeid van stagiair tot senior medewerker, van meisje tot vrouw. Nooit voelde mijn werk als belastend, vervelend of saai. En toch heb ik besloten om te stoppen met wat ik weet en te gaan voor het onbekende. Ik begin voor mezelf.

Heel veel mensen vragen mij of die beslissing te maken heeft met mijn ziekte. Of mijn prioriteiten zijn veranderd. Nee. Sterker nog, toen ik ziek was, was het gevoel dat je blij moet zijn met wat je hebt, véél sterker dan ervoor. En dat ik het getroffen had met mijn werk en vooral met mijn collega's was nog nooit zo duidelijk als in die zwarte periode. De beslissing om tóch bij de omroep weg te gaan, had eerder te maken met het stoppen van het programma dat we maakten. En met het feit dat ik nog weinig uitdagingen zag in de toekomst van de omroep, voor mij persoonlijk.

Het aardige is, dat juist vanwege diezelfde ziekte óók heel veel mensen vragen of ik dat nou wel moet doen. Niet dat ze het hardop zeggen, maar ze draaien er een beetje omheen.

Laatst nog bij de koffie-automaat: "Jeetje, dapper hoor, dat je voor jezelf gaat beginnen. Maar zou je dat nou wel doen? Stel nou dat 'het' terug komt?" Ik kijk de collega aan; "Het? De kanker bedoel je?" En natuurlijk kon hij niet anders dan wat ongemakkelijk knikken.
Een beetje sneu voor hem, want hij werd daarmee de dupe van al die andere mensen die voor hem het beestje geen naam durfden te geven en mij daarmee in toenemende mate irriteerden.

De internist/oncoloog was heel duidelijk. Als de kanker terug keert, zal er niet meer gesproken worden over genezing, maar over levensverlenging. Prima. Laten we er dan maar vanuit gaan dat die kanker niet terugkomt, want dat vind ik een uitzicht van niks om tegenaan te kijken.

Als ik daar rekening mee moet houden, kan ik dus helemaal niks meer. Laat ik maar rustig blijven zitten waar ik zit, want misschien komt 'het' wel terug. Nee, geen nieuw huis kopen. Misschien komt 'het' wel terug. Of een andere auto? Heeft niet zoveel zin als 'het' terug zou komen. Die prothese laten aanmeten? Nee laten we dat maar niet doen, want straks moeten het er misschien wel twee worden. Als 'het' weer terug komt. Ik doe werk wat ik niet leuk vind. Maar laat ik maar niet iets anders gaan doen, voor het geval 'het' terug komt.

Zo werkt het dus niet voor mij. Ik wil gewoon doorgaan met leven en kansen grijpen als ik ze zie. Slim of niet? Daar kan ik pas antwoord op geven aan het eind van mijn leven. En dat is nog héél ver weg.

Neemt niet weg, dat ik met melancholie en weemoed afscheid ga nemen van mijn warme bad. Niemand had ooit zo'n fijne en veilige comfortzone als ik. Dank je wel lieve collega's voor wat jullie al die tijd voor mij hebben betekend. Jullie zitten voorgoed in mijn hart en er is niks of niemand die jullie daar weer uitkrijgt. Mijn eigen bedrijf niet. En 'het' ook niet.

maandag 24 februari 2014

Deze arts heeft het absoluut begrepen!

Afgelopen week was ik bij Rijnstate en werd ik gewezen op een hele mooie blog van Menno Kooistra, internist bij Rijnstate.

Deze arts heeft het absoluut begrepen, denk ik na het lezen van dit stuk. Ik wou hem jullie dan ook niet onthouden.