dinsdag 27 mei 2014

Wat oneerlijk allemaal!

Het afgelopen jaar is de kanker heel langzaam naar de achtergrond verdwenen. Dat slechte bericht dat je hele wereld op zijn kop zet, wordt heel langzaam iets dat geweest is. Het hoort bij je leven, geeft je zelfs kracht. 

Maar op sommige dagen komt het keihard terug op de voorgrond en word je weer even van je stevige, vernieuwde fundament geblazen. Zo'n dag is het vandaag.

In de periode dat ik nog niets wist van kanker in mijn eigen lijf, kreeg ik een afzegging van een gast voor ons televisieprogramma. Ze meldde zich af, omdat ze borstkanker had en dat eigenlijk net gehoord had. Ik kende haar niet echt, had alleen voor het programma wat contact met haar gehad. Maar haar bericht kwam heel erg binnen. Ik kon haar niet uit mijn gedachten krijgen en besloot haar, na mijn eerste sterkte-bericht, nog een keer te mailen. Gewoon om te vragen hoe de vervolgonderzoeken gegaan waren. Nu voelt dat best logisch, maar toen vond ik dat wel lastig. Zat ze wel te wachten op mijn vragen? Drong ik iemands leven ongevraagd binnen? Maar ze gaf antwoord en vertelde me precies hoe het met haar ging en wat haar nog te wachten stond.

We zijn blijven mailen en een paar weken later, moest ik haar melden dat ik mezelf ook in het illustere rijtje van borstkankerpatienten moest scharen.
We doorstonden de behandelingen 'samen'. We deden alles omgedraaid, ik kreeg eerst bestraling en daarna pas chemo, zij andersom. Op die manier konden we elkaar precies vertellen hoe het voelde en dat het eigenlijk allemaal wel meeviel. Zij trok mij er doorheen met haar mails en ik hoop dat ik andersom een beetje hetzelfde heb kunnen doen.

Na die behandelperiode hebben we elkaar twee keer ontmoet. Een derde ontmoeting stond gepland voor twee weken geleden. Die heeft ze afgezegd. De kanker is terug. En vandaag mailt ze mij, dat ze ook niet meer zal genezen. Shit! En dat is heel, heel erg zacht uitgedrukt.

Ik huil tranen om verdriet dat niet het mijne is. Mijn vriendin in de verte worstelt met het grootste levensvraagstuk. En ik kan haar niet helpen. Wat oneerlijk allemaal!

maandag 19 mei 2014

Wubbo Ockels. En wat vertel jij de wereld?

Wubbo Ockels heeft de strijd verloren. Deze man is veel te jong gestorven. Dergelijke berichten doen mij altijd weer beseffen dat er heel erg veel mensen, elke dag weer, de strijd verliezen tegen kanker. Tot nu toe heb ik mazzel gehad, besef ik me weer.

Vaak hebben kankerpatienten natuurlijk nog wel even de kans om hun leven te overzien, eventuele puinhopen nog op te ruimen, ruzies bij te leggen, of laatste woorden te spreken. Of dat altijd goed is, laat ik aan de persoon zelf over, maar de mogelijkheid is er wel. En Wubbo Ockels heeft besloten om een laatste brief naar de wereld te sturen. Eén met een prachtige boodschap en keiharde waarheid. We moeten beter voor de aarde zorgen.

Ik probeer me dan voor te stellen, hoe hij naar die brief is toe gegroeid in zijn hoofd. Bedacht hij direct dat hij dit wilde doen? Zodra hij hoorde dat hij ongeneeslijk ziek was, of misschien al wel daarvoor? Misschien toen hij in de ruimte hing en onze mooie aarde zag. En wanneer verzin je dan, dat dat je laatste bericht aan de mensheid moet gaan worden?
Zou hij niet even de neiging hebben gehad om hem al te sturen, vóór dat hij overleed? Zodat hij nog het effect kon zien van zijn woorden. Of zou hij het juist daarom niet gedaan hebben? Omdat hij toch ook wel wist dat één brief de aarde helaas niet gaat redden.

Mensen die ernstig ziek zijn en wellicht gaan overlijden, zien veel zaken heel erg scherp. Ze durven na te denken over zaken die er écht toe doen, omdat de rest er dus niet meer toe doet. Jammer, dat we dat meestal tijdens het alledaagse leven niet kunnen.
Misschien moeten we allemaal alvast onze laatste brief gaan bedenken. En als eerste op aarde, ons aan onze eigen adviezen gaan houden.

Ik vraag me af, wat ík zou willen dat in mijn laatste brief aan de mensheid zou staan. Natuurlijk zou ik de neiging niet kunnen onderdrukken, om mijn kinderen op te hemelen (want die zijn ook fantastisch) en stuurde ik dikke kussen aan man, familie en vrienden. Maar misschien moest ik dat maar in een andere, belachelijk sentimentele brief doen.

De brief van Wubbo is allesomvattend en (in mijn ogen) absoluut waar. Alhoewel ik persoonlijk zijn tien geboden een beetje griezelig en belerend vind.

Mijn brief zou simpeler zijn en zeker minder geleerd. Ik zou mensen vragen om alsjeblieft een beetje aardiger voor elkaar te zijn. Ook als het voor jezelf, nee JUIST, als het voor jezelf even niet zo goed uitkomt. Want dat is het echte goed doen.

 De mensheid zou van mij te horen krijgen, dat aardig zijn geen kwaad kan, in geen enkele situatie. En wat vertel jij de wereld?

woensdag 7 mei 2014

De muizenfluisteraar

Afgelopen nacht werd mijn aandacht getrokken door vreemde geluiden in mijn kantoor (lees, onze prachtige woonkeuken).

Één stap de trap op vertelde mij dat er overduidelijk in de trapkast aan iets geknaagd werd. Aj! Een muis. Ik ben niet bang voor muizen, maar om nou midden in de nacht, in mijn eentje, op jacht te gaan naar een kriebelig en snel beest, gaat me toch net iets te ver.

Dus besloot ik mijn geliefde echtgenoot óók wakker te maken, om gezamenlijk de nieuwe bewoner te verwelkomen. We hebben een paar keer in de kast gekeken, maar konden niet veel zien, alleen maar horen. Onze trapkast ligt namelijk vol met van alles dat we met enige regelmaat nodig hebben, maar ook met dingen die we wat minder vaak nodig hebben. Boodschappentassen, een gourmetstel, de stofzuiger, je kent het wel. Geen muis te bekennen.

Manlief en ik hebben nog even samen op de bank gezeten, gezellig, midden in de nacht en zijn daarna maar weer naar bed gegaan. Met het idee om vandaag verder te gaan met dit plotselinge probleem.

Nou is het zo, dat Matheo waarschijnlijk heel goed weet wie deze muis is. Een paar weken geleden namelijk, zag ik bij het ophalen van onze vijfjarige zoon een dode muis naast mijn auto liggen. Na heel even twijfelen, besloot ik hem er toch maar op te wijzen. Het is best een goed idee, om kinderen op die leeftijd al te wijzen op het feit dat het leven niet oneindig is, had ik in een flits bedacht.

"Kijk Matheo, een dode muis". Matheo knielt onmiddellijk naast het dier en draait zijn hoofd alle kanten op om hem eens goed te bekijken. "aaaaah", zegt hij duidelijk ontroerd, "dat is Martin"

 Oke. Ik was mij niet bewust van het feit dat hij een muis kende die Martin heette, dus ik was nogal verbaasd. "Ken jij Martin dan?" "Nee, maar ik kan zien dat hij zo heet. Wel zielig voor zijn moeder dat Martin dood is." Daar stemde ik mee in en we gingen naar huis.

Ongeveer een week later zagen we opnieuw een dode muis, dit keer in onze eigen tuin. Natuurlijk wist Matheo ook weer wie dit was. Dit was dus Bep, de moeder van Martin. En diezelfde avond zagen we een levend muisje lopen, dat was Mick, de vader van Martin. En inmiddels weten we van Matheo ook, dat Martin nog een zusje had; Kayleigh.

Nou vermoed ik, dat hij ons wel zal vertellen dat het dus Kayleigh is die in onze kast aan het snoepen is van plastic en hout. Misschien weet hij ook wat Kayleighs lievelingskostje is, zodat we haar er uit kunnen lokken.

Wel fijn om te weten, dat alle muizen een naam hebben en zelfs een compleet familieleven! En dat wij gewoon een vijfjarige muizenfluisteraar in huis hebben!

zondag 13 april 2014

De comfortzone verlaten

Deze week is voor mij een hele bijzondere week. Ik ga uit een warm bad stappen, mijn comfortzone verlaten én een warme jas uittrekken. Ik ga voor het laatst werken bij Omroep Gelderland.

Bijna 20 jaar geleden liep ik daar voor het eerst binnen en ik ben er opgegroeid van stagiair tot senior medewerker, van meisje tot vrouw. Nooit voelde mijn werk als belastend, vervelend of saai. En toch heb ik besloten om te stoppen met wat ik weet en te gaan voor het onbekende. Ik begin voor mezelf.

Heel veel mensen vragen mij of die beslissing te maken heeft met mijn ziekte. Of mijn prioriteiten zijn veranderd. Nee. Sterker nog, toen ik ziek was, was het gevoel dat je blij moet zijn met wat je hebt, véél sterker dan ervoor. En dat ik het getroffen had met mijn werk en vooral met mijn collega's was nog nooit zo duidelijk als in die zwarte periode. De beslissing om tóch bij de omroep weg te gaan, had eerder te maken met het stoppen van het programma dat we maakten. En met het feit dat ik nog weinig uitdagingen zag in de toekomst van de omroep, voor mij persoonlijk.

Het aardige is, dat juist vanwege diezelfde ziekte óók heel veel mensen vragen of ik dat nou wel moet doen. Niet dat ze het hardop zeggen, maar ze draaien er een beetje omheen.

Laatst nog bij de koffie-automaat: "Jeetje, dapper hoor, dat je voor jezelf gaat beginnen. Maar zou je dat nou wel doen? Stel nou dat 'het' terug komt?" Ik kijk de collega aan; "Het? De kanker bedoel je?" En natuurlijk kon hij niet anders dan wat ongemakkelijk knikken.
Een beetje sneu voor hem, want hij werd daarmee de dupe van al die andere mensen die voor hem het beestje geen naam durfden te geven en mij daarmee in toenemende mate irriteerden.

De internist/oncoloog was heel duidelijk. Als de kanker terug keert, zal er niet meer gesproken worden over genezing, maar over levensverlenging. Prima. Laten we er dan maar vanuit gaan dat die kanker niet terugkomt, want dat vind ik een uitzicht van niks om tegenaan te kijken.

Als ik daar rekening mee moet houden, kan ik dus helemaal niks meer. Laat ik maar rustig blijven zitten waar ik zit, want misschien komt 'het' wel terug. Nee, geen nieuw huis kopen. Misschien komt 'het' wel terug. Of een andere auto? Heeft niet zoveel zin als 'het' terug zou komen. Die prothese laten aanmeten? Nee laten we dat maar niet doen, want straks moeten het er misschien wel twee worden. Als 'het' weer terug komt. Ik doe werk wat ik niet leuk vind. Maar laat ik maar niet iets anders gaan doen, voor het geval 'het' terug komt.

Zo werkt het dus niet voor mij. Ik wil gewoon doorgaan met leven en kansen grijpen als ik ze zie. Slim of niet? Daar kan ik pas antwoord op geven aan het eind van mijn leven. En dat is nog héél ver weg.

Neemt niet weg, dat ik met melancholie en weemoed afscheid ga nemen van mijn warme bad. Niemand had ooit zo'n fijne en veilige comfortzone als ik. Dank je wel lieve collega's voor wat jullie al die tijd voor mij hebben betekend. Jullie zitten voorgoed in mijn hart en er is niks of niemand die jullie daar weer uitkrijgt. Mijn eigen bedrijf niet. En 'het' ook niet.

donderdag 27 maart 2014

Heel erg langzaam (maar zeker)

Gisterochtend was ik bij de apotheek. De nodige medicijnen halen. Ik stond er 's ochtends vroeg, om half negen. Maar dat was te optimistisch, ze gingen pas om negen uur open. Wachten maar dus, want die medicijnen had ik nu écht nodig. Sterker nog, sommige ervan had ik eigenlijk al een paar weken geleden moeten nemen.

Bij mijn apotheek werken twee dames fulltime, vermoed ik. Dat zijn tenminste de twee die ik het vaakst zie. Twee getinte dames, één vermoed ik van Indische afkomst, één vermoedelijk met Marokkaanse roots. Terwijl ik stond te kijken hoe ze de zaak aan het openen waren, bedacht ik me dat volgens mij langzaam zijn een vereiste is op de apothekersassistenteschool. Héél, héél erg langzaam werd de vouw-schuifdeur open geduwd. Af en toe kwamen de vingers van de assistente er tussen en moest ze even schudden met haar hand. Om daarna haar goed gemanicuurde nagels kritisch te bestuderen. Na ongeveer vijf minuten was de deur geopend

Het was me al vaker opgevallen, dat de dames achter de balie met een soort übergracieuze bewegingen hun werk doen. Je kunt het ook traag noemen, maar het is dan wel zó verschrikkelijk traag, dat het eigenlijk weer heel knap is. Iedere beweging is langzaam. Ze staan heel langzaam op (vermoeiend hoor), lopen al lezend met hun recept richting de wand met lades en trekken die heel erg langzaam open. Halverwege wordt hij nog even tegen gehouden, om te lezen wat er op de labels staat aan de zijkant. Als dat klopt met het recept in hun handen (eventjes vier keer heen en weer kijken) dan wordt de lade pas helemaal geopend. Met hun vingers gaan ze gracieus over de doosjes in de lade, net zo lang, tot ze de goede hebben gevonden. Die wordt er voorzichtig uitgetild en heel erg goed bekeken. Ook deze wordt weer vier keer vergeleken met het recept in haar handen. Het doosje gaat open en er worden een aantal stripjes/tabletjes/ampullen/sachetjes uitgehaald.

Nou weet ik heus wel dat alles in een apotheek erg zorgvuldig gedaan moet worden. Met medicijnen geen fouten alsjeblieft. Maar dat al hun andere bewegingen dan ook vanzelf langzaam worden, vind ik wel een bijzonder fenomeen.

Gisteren werd ik geholpen door het Marokkaanse meisje. Zij is de langzaamste van allemaal, dus we zaten wel een tijdje tegenover elkaar. Gezellig. Toen ze uiteindelijk alle doosjes voor me bij elkaar had en die ook had laten checken door haar collega, keek ze me aan en vroeg; "die vitamine D, neem je die, omdat je de Tamoxifen en de Calcium combineert?"
Ik keek niet begrijpend terug. "Nee, die vitamine D neem ik, omdat mijn arts vindt dat ik die nodig heb. Bij de laatste controle is de dosis nog verhoogd."
"Maar worden je waardes dan wel regelmatig gecontroleerd?" Ook dat moest ik ontkennen. De assistente vertelde dat het best eens zo zou kunnen zijn, dat de vitamine D niet meer nodig is.

"Nou, dat zou mooi zijn hoor. Hoe minder hoe beter", hoor ik mezelf zeggen. En op dat moment haat ik Geert Wilders, want ik ben direct bang dat ze denkt dat ik het over zijn uitspraken heb. Ik baal er van dat ik mijn woorden moet wikken en wegen, vanwege zo'n rare, laffe, geblondeerde Limburger en ik probeer het uit mijn hoofd te zetten. Ik kijk naar de mevrouw tegenover mij en ze slaat heel langzaam haar ogen op. Langzaam maar zeker verschijnt een vriendelijke glimlach op haar gezicht. Ik geloof niet dat ze mijn opmerking verkeerd heeft opgevat.

Maar mijn gezicht wordt tóch langzaam rood en ik sta langzaam op. Langzaam dank ik de assistente en langzaam loop ik naar de deur. Langzaam stap ik in mijn auto, om met tien kilometer per uur naar mijn werk te rijden. Daar kom ik langzaam weer in een wat snellere modus. Wel lekker hoor, dat apothekersritme. Kan ik wel aan wennen!

maandag 17 maart 2014

Een volledig nieuwe ervaring!

Deze week had ik een volledig nieuwe ervaring. Ik heb een prothese aan laten meten. Op zijn zachtst gezegd een bijzondere ervaring.

Van buitenaf leek de winkel waar ik moest wezen, op een vrij normale, wellicht wat dure lingeriewinkel, midden in de stad.

Maar anders dan bij andere winkels; de deur zat op slot. Ik was mooi op tijd voor mijn afspraak, maar ik moest toch aanbellen om binnen te kunnen komen. Het duurde even voordat er open gedaan werd.
Na wat gerommel aan een sleutel en de deur, werd ik begroet door een heel erg aardige mevrouw. Ik schat halverwege veertig, een hooggesloten blouse aan met een vrolijk dessin van rood en witte bloemen.

We vertrekken uiteindelijk naar een klein kantoor achter de winkel, waar het heel erg warm is. Ik vertel het nodige over mezelf en zij luistert heel vriendelijk en professioneel. De heel erg aardige mevrouw vraagt mij of ik al weet wat ik wil. "Eeeeeh, een prothese", dacht ik bij mezelf. Maar ik voel dat dat niet het goede antwoord is, dus ik zeg; "Nee, misschien wilt u mij even het een en ander laten zien?" Ze lacht me vriendelijk toe en staat op om het nodige uit de schappen te halen.

Allerlei drilpuddinkjes worden voor me op tafel gelegd, maar ik zie niet veel verschil. Ik vind ze wel allemaal heel erg groot, voor een cupmaatje B. Best hele grote kipfilets. De heel erg aardige mevrouw moet lachen en laat me zien, dat de één toch net meer een druppelvorm heeft. En een ander heeft iets meer uitloop naar de zijkant. O ja. Ik geloof dat ik het zie. Welke ik wilde? Geen idee!!!

"Nou laten we dan maar beginnen met een goede BH", verzucht de heel erg aardige mevrouw. "Als we een goede BH kunnen vinden, dan kijken we wel welke prothese er goed bij past." Ik geloof dat ze me onderhand toch een beetje lastig begint te vinden.

Ze haalt een aantal BH's tevoorschijn en ik kijk welke ik wel en niet mooi vind. Eigenlijk zie ik wel gelijk dat ik de witte het mooist vind, maar om het te laten lijken alsof ik er goed over nadenk (ik zie dat de heel erg aardige mevrouw dat belangrijk vindt) pak ik ze allemaal even vast en voel even aan het stofje. Het valt me nog een keer op hoe warm het er is.

"De witte vind ik het mooist", zeg ik voorzichtig, terwijl ik kijk of dat het gewenste antwoord is. "Nou dan passen we die gewoon even aan." Gelukkig, we gingen wat doen. Ik trek mijn shirt uit en de BH aan en vind m eigenlijk wel prima. Maar ja, zonder prothese kan ik nog niet zien of hij goed is, dus de heel erg aardige mevrouw vouwt een drilpudding in elkaar en propt hem in een kleine opening aan de binnenkant van mijn BH.

Wauw! Geweldig! Ik had gewoon weer normale vormen! Ik kijk in de spiegel en voel me héél even, héél erg blij. Ik zie gewoon twee dezelfde borsten in een BH. Dat was al twee en een half jaar geleden. En juist op het moment dat ik dreig een beetje emotioneel te worden zegt de heel erg aardige mevrouw; "Nee, dat is hem nog niet helemaal he?" O. Oke. Nog maar even een andere proberen dan, die druppelvorm of zo.

Terwijl het alsmaar warmer lijkt te worden in het kleine kantoortje, haalt de heel erg aardige mevrouw de ene drilpudding er uit en stopt een andere er in. Opnieuw kijk ik in de spiegel. Langzaam raak ik in paniek. Ik zie écht geen enkel verschil met de vorige, maar ik geloof dat de mevrouw niet meer aardig is als ik dat durf te zeggen. Laf als ik ben zeg ik; "Deze zit ook goed, maar ik geloof dat ik die andere beter vond."

Ze knikt eens en zegt; "Ik geloof het ook ja, maar hoe kijk jij er van bovenaf op? Daar moet je de hele dag tegenaan kijken he?" Het wordt mij alsmaar duidelijker dat ik niet kritisch genoeg ben voor het aan laten meten van een prothese. Uiteindelijk passen we nog vier BH's, in combinatie met ook vier protheses. En het wordt warmer en warmer.

Met het zweet op mijn voorhoofd, kom ik na twee uur passen toch echt tot de definitieve conclusie dat de eerste combinatie het mooist zat. De heel erg aardige mevrouw is het met me eens; "Tja, vaak zijn de eerste ingevingen de beste he?" Gelukkig. Het is klaar. Alleen nog even alles in de computer invoeren en dan kan ik  met mijn nieuwe boezem naar huis. "Ik declareer de prothese direct bij de zorgverzekering", zegt ze, "die hoef je niet zelf te betalen. De BH krijg je helaas niet vergoed." Geen goedkope Hema-BH's meer voor mij. Zestig euro per stuk komt eerst. Voor dat geld moet je natuurlijk ook wel twee uur lang passen.

Ik sta op om te gaan. "Fijn dat we je hebben kunnen helpen. Poeh, het is hier warm he? Ik zet eerst de airconditioning maar even aan." Terwijl ik de deur uitloop wenst de heel erg aardige mevrouw mij veel plezier met mijn nieuwe borst.



maandag 10 maart 2014

Spoken, monsters en o ja, draken

Toen ik nog in de hyperbare zuurstoftank zat, ben ik uiteindelijk toch maar eens gestopt met roken. Ik geloof dat ik zelf al heel lang niet meer geloofde dat ik dat kon. En ik denk ook heel veel mensen om mij heen. Maar het is me toch gelukt.
Ik had dan ook een goeie start bij het stoppen. Ik zat twee uur lang in die tank, maar mocht de twee uur ervoor en erna niet roken. Deed ik dat wel, dan had de behandeling in het geheel geen zin. Dus iedere dag zat ik maar op die klok te kijken. En iedere dag had ik na een uurtje of vijf niet roken afkickverschijnselen. Dan maar even doorzetten en helemaal stoppen.

Nu ben ik vijf maanden verder en gaat het me redelijk af. Het nicotinespook wordt steeds verder terug gedrongen. Er zijn nog momenten genoeg dat het goed is dat er geen pakje sigaretten meer te vinden is in mijn huis, maar die worden steeds zeldzamer.

Het nicotinespook heeft echter wél plaats gemaakt voor het vetrollenmonster. En dat is weer even slikken. Ik ben minimaal twee maten gegroeid. Vlak na het stoppen met roken, mocht ik dan ook alles eten van mezelf, omdat ik mezelf niet teveel wilde ontzeggen. En een beetje lol in het leven wilde houden met 'slechte' dingen. Nu heeft die lol in het leven zich vertaald in acht kilo er bij. En dat is minder lollig.

Best gek om me na al die jaren weer druk te moeten maken om mijn gewicht. Deze week had ik een leuk, nieuw shirtje gehaald. Ideaal voor dit mooie weer. Vanmorgen in de spiegel zag ik hoe goed dit shirtje mijn nieuwe vormen uit liet komen.

Sjaal er op? Nee, dan zag je nog teveel het platte van de geamputeerde borst...
Jasje er overheen? Nee, dan zag je de vetrollen teveel...
Allebei? Nee, belachelijk met dit mooie weer...
En vervelend met opvliegers... Maar die zie je niet. Vetrollen en platgeamputeerde borsten wel. Dan dus toch maar allebei. Trek ik het thuis wel weer allemaal uit.

Overigens krijg ik wel steeds weer van iedereen te horen dat ik er zo goed uit zie. Lekker wat vet op de botten = gezond = goed.

Heel fijn, om je over nicotinespoken en vetrollenmonsters druk te moeten maken, drukt kankerdraken naar de achtergrond.